Saturday, March 17, 2012

Made by: Laura

Hoofdstuk 1

We zaten met z'n allen in de grote zaal, het was de maaltijd van het nieuwe schooljaar.
Perkamentus deed zijn toespraak en iedereen zat aandachtig te luisteren. Natuurlijk ging het weer over dat Voldemort sterker wordt en dat we goed moeten oppassen. Dat was vorig jaar ook al zo.
'Faye?' Faye keek om en keek me vragend aan. 'Wie is dat meisje dat naast jou zit?'
'Geen idee!' Fluisterde Faye terug. Het banket begon en de nacht naderde...
Perkamentus zei dat iedereen naar de leerlingenkamer moest gaan omdat morgen de lessen weer begonnen. Langzaam maar zeker stroomde de grote zaal leeg, ook Faye en ik liepen weg.
Mergina en Lysa hadden we nog niet gezien. Toen we bij de leerlingenkamer aankwamen zagen we de meiden al zitten. Er zat nog een meisje bij, het meisje dat naast Faye zat bij het banket.
Zo te zien was ze van streek want ze huilde, snel liep ik naar hun toe.
'Wat is er gebeurd?' Vroeg ik. 'Ik ben naar Zweinstein gegaan, maar mijn ouders wilden dat niet.' Snikte ze.
'Waarom niet?' Vroeg Faye.
'Dat kan ik niet vertellen!'
'Kom, zullen we even naar de slaapzaal gaan? Dan kunnen we even rustig praten.' Stelde ik voor.
Met z' n vijven liepen we naar boven. Toen haalde we haar over om te zeggen waarom ze niet naar Zweinstein mocht, en ze sprak: 'Mijn ouders zijn dooddoeners en haten de dreuzeltelgen. Ze hebben me zo opgevoed dat ik nooit met die mensen mag praten en ze zeiden ook dat Zweinstein vol met, euhh... Modderbloedjes zit.' 'Modderbloedjes mag je nooit zeggen!' Riep Lysa een beetje harder dan bedoelt. 'Ja, dat weet ik wel hoor. Ik heb helemaal niks tegen dreuzeltelgen en ik heb ook niks tegen Zweinstein. Ik wil hier graag een nieuwe start maken met leven en het verleden achter me laten.'
Toen gingen ze slapen, want de volgende dag wordt een drukke schooldag.

Hoofdstuk 2

Toen ik de volgende ochtend wakker werd, was het nog vroeg.
De andere meiden van de slaapzaal sliepen nog, ik liet ze met rust maar ik kleedde zelf wel om.
Mijn nog steeds super lelijke schooluniform haalde ik uit mijn hutkoffer en keek erna. Hij was een beetje gekreukeld. Maar ach...hij was toch al lelijk, dus wat maakt het uit.
Ik ging naar de grote zaal. Ik was vrijwel de enige, best logisch want de lessen begonnen pas over een uur. Ik pakte een toast van de zwevende broodplank en smeerde er jam op.
Toen ik bijna mijn toast ophad kwam Sendre binnen, het meisje dat nieuw was. 'Hoi' zei ik. 'Hoe is het?' 'Goed hoor' antwoordde ze. 'Een nachtje slapen doet me goed.'
En ze ging naast me zitten.
Niet veel later kwam ook de rest de grote zaal in lopen.
Professor Anderling deelde ondertussen de roosters uit. Een blokuur toverdranken met Zwadderich was het eerste. Ik had gehoord dat de professor altijd de Zwadderaars voortrok omdat hij het hoofd is van die afdeling. Toverdranken had ik vorig jaar niet dus dat is nieuw voor iedereen. We zullen zien....
'Komen jullie?' Vroeg ik aan de meisjes. 'Ja, toverdranken he?'
'Ja.'

Toen we aankwamen in de kerkers waren de Zwadderaars er al. Wat is het toch een misselijk stelletje. 'Hoi, stomme idioten van Griffoendor.' Zei de kleinste van het groepje.
'Hallo, stomme Zwadderaars. Als jullie ons nog een keer idioten noemen, zouden jullie willen dat je nooit geboren was.' Zei ik met mijn zoetste stemmetje.
De Zwadderaar draaide zich om maar pakte toen zijn toverstaf uit zijn gewaad. Ik had het gezien en was sneller. 'Expelliarmus!' Riep ik, en de toverstaf van het kleine Zwadderaartje viel voor mijn voeten. Ik hoorde voetstappen en niet veel later zag ik de professor. Hij had waarschijnlijk gezien wat ik deed want hij keek me boos aan. 'Wat zijn we hier aan het doen, mevrouwtje?' Zei hij met een ijzige stem. 'Wij zijn hier die Zwadderaar een lesje aan het leren omdat hij ons uitschold.' Zei ik toen best wel brutaal. Hij keek me even diep in de ogen en ik zag hem schrikken. 'Wat is er meneer?' Vroeg ik.
'Nik...niks. Ik zie het voor deze keer door de vingers maar als ik het nog een keer zie blijf je de rest van de week na. Hij deed de deur open en liet ons naar binnen.

Hoofdstuk 3

De bel ging. Het blokuur toverdranken zit erop. Sneep heeft iedereen van Griffoendor een onvoldoende voor hun toverdrank gegeven. Behalve mij, hoewel mijn toverdrank vele malen slechter was dan die van Faye. Volgens mij is er iets met mij, wat hem in de war brengt. Toen hij boos werd op mij in het begin van de les, keek hij in mijn ogen en schok. Wat zou dat kunnen zijn?

'Hee, kom je nog?' Vroeg Faye. 'Ik moet je echt uit je dagdroom halen want ik heb echt geen zin om meteen de eerste dag al met strafwerk opgezadeld te zitten.'
'Sorry.' Zei ik.
Dat is waar ook wat Faye zei. Anderling heeft mij en Faye al zo vaak strafwerk gegeven dat we het niet eens meer kunnen bijhouden.
'Waar zit je mee?' Vroeg Mergina, toen ze zag dat ik er niet helemaal bij was.
'Weet je nog, toen Sneep me aankeek?'
'Ja, wat is daarmee?'
'Hij schrok. Volgens mij is er iets met mij dat hem liet schrikken.'
'Wat dan?' Vroeg Lysa, die zich er ook bij had gemengd.
'Geen idee. Maar ik ga het uitzoeken.'
'Oke, maar niet nu. We moeten rennen om nog op tijd te komen.' Zei Faye.
Net op tijd rende we de klas in.
Anderling begon meteen met het uitleggen hoe je dieren moet veranderen in waterbekers.
We moesten het eerst oefenen, en daarna opdrachten maken.

'Ik ga even langs of iedereen de opdrachten heeft gemaakt.' Zei Anderling aan het einde van de les tot ergenis van mij en Faye die galgje aan het spelen waren op de hoek van mijn perkament. 'Aha, juffrouw Maarten en juffrouw De Bruyn. Jullie hebben zo te zien de opdrachten af.'
'Nou mevrouw.' Begon ik. 'Ik denk dat u dan niet goed hebt gekeken want we hebben het niet af.'
'Dat was sarcastisch, dametje. Dit betekent 10 punten aftrek voor Griffoendor, dames. En jullie zorgen dat jullie opdrachten af zijn morgen. Oja, en Angelique blijft zaterdag na wegens haar brutaliteit tegen mij.'

'Nou, we waren op tijd.' Zei Faye toen we even later de klas uitliepen.
Ik lachte en zei: 'Maar we doen toch nog iets fout!'

Hoofdstuk 4

Alle lessen voor vandaag zijn afgelopen. Iedereen zat in de leerlingenkamer en het was propvol.
Gelukkig hadden ik en Faye een tafeltje bij het raam gevonden waar we ons huiswerk van Anderling konden maken. Mergina, Sendre en Lysa zaten in de gerafelde banken bij de haard een boek te lezen.
'Weet je, eigenlijk heb ik helemaal geen zin om dit te maken' zei ik.
'Nee, ik snap wat je bedoeld. Je zit weer met Sneep he?'
'Ja.' Zuchtte ik. 'Morgen na de les ga ik het hem vragen.'
'Is goed. Maar beloof me een ding: Nu ga je Anderling's huiswerk maken.' Faye keek me gemaakt streng aan. Dat bleef ze even volhouden maar toen schoten allebei in de lach.

Iedereen was al in bed gestapt. Faye en ik waren de laatste die naar boven gingen.
We hadden het huiswerk afgemaakt. Met weinig succes want we hebben de helft van de vragen gegokt maar toch...voor ons was dit al heel wat.

Faye lag volgens mij al te slapen. Ik niet, ik lag maar te woelen.
Het was al 23:30 maar ik kon echt niet slapen.
Ik besloot om even een uitstapje naar de uilenvleugel te maken.
Mijn vader heeft mij een uil gegeven als troost voor de dood van mijn moeder.
Ik ben al even niet meer bij mijn sneeuwwitte uil Mira geweest.

Het was donker in het kasteel toen ik even later de leerlingenkamer verliet.
Ik hoorde niks maar paste toch op voor de leraren.
De deur naar de geplaveide binnenplaats was dicht.
'Alohomora' fluisterde ik. De deur klikte open en ik verdween in de duisternis.
Ik liep over de brug naar de steen cirkel, ook hier was niemand.
Ik liep de berg op en ik was boven. De deur van de uilenvleugel was gewoon open.
Ik wilde naar binnen lopen, maar toen ik zag wie daar stond bedacht ik me.
Wat zou ik doen? Wegrennen? Nee, dat is voor watjes.
Daar voor mijn neus stond Sneep.


Hoofdstuk 5

'Zo, jongedame. Zijn wij er even gloeie...'
Toen keek hij beter en zag mij. Hij herstelde zich meteen. 'Je kunt beter euh...weggaan.'
Ik bleef staan. 'Meneer?' Vroeg ik. 'Wat is er met mij?'
Sneep aarzelde maar zei: 'Ik moet je wat vertellen. Ga daar maar even zitten.' En hij wees naar een stenen bankje. Zelf ging hij ook zitten.
'Toen ik je zag, deed je me aan iemand denken. Het was je moeder. Je hebt precies dezelfde ogen als haar. 'Aha, dus?' ik vroeg me echt af waar dit heen ging.
'Ik heb haar vroeger gekend. Ze was ook een leerling van mij. Jouw moeder zat in Zwadderich.'
'Wát!' Schreeuwde ik zo hard dat de uilen die aan het slapen waren wakker werden en wegvlogen.
'Ik weet het, het was helemaal niet de afdeling waar ze bij hoorde. In ieder geval was ze veel liever en veel minder lui.'
'Maar, waarom is ze dan toch ingedeeld in Zwadderich?' Ik was ondertussen een beetje van de schrik ontkomen. 'Ze deed toen iets, ze sprak tegen de hoed. Alleen niemand verstond het. Het was sisselspraak.'
'Hoe kan dat?' Ik was van streek. Mijn moeder bij Zwadderich én sisseltong.
'Ik weet het niet, meid.' Sneep keek verdrietig.
'Maar waarom doet het u zo veel dan?'
'Ze zat in mijn afdeling en ze mocht me, als enige van alle Zwadderaars van die tijd. Ik ben nog naar haar verleden op zoek gegaan. Maar telkens als ik het haar vroeg antwoordde ze afwezig of zei dat ze moest nablijven.
Dat luchtte mij wel wat meer op. Ze had tenminste hetzelfde brutale karakter als mij.
'En toen, ik wilde het haar nog een keer vragen. Ze wilde net beginnen met het eindelijk te vertellen maar toen opeens, viel ze neer. Flauwgevallen, wist ik. Ik wilde haar optillen, haar mouw schoot alleen een klein beetje omhoog, en toen zag ik het: Het duistere teken.'
'Waaat!?' Dit was voor mij het toppunt om in huilen uit te barsten, maar ik hield me nog even in.
'Ik wou haar naar madame Plijster brengen maar ze werd alweer wakker. Ik was niet boos op haar, maar ik wilde weten waarom ze het had gedaan.'
Hoofdstuk 6

Ik zat nog steeds met Sneep op het bankje in de uilenvleugel.
Hij had me net verteld dat mijn moeder voor Voldemort werkte omdat ze het moest van haar vader en moeder. Ik was nog steeds een beetje overstuur van dat feit en gelukkig laat Sneep me nog even denken. Als we even later over het vochtige gras teruglopen naar het kasteel, zien we nog geen meter van ons vandaag Anderling staan. Ze kijkt nog strenger dan normaal en stapt meteen op Sneep af. 'Sorry hoor, Severes. Maar deze dame hoort al lang in bed te liggen.'
'Ik heb deze dame inderdaad al straf gegeven en we gingen net terug naar het kasteel.'
'Aha,' zei Anderling en ze keerde zich naar mij. 'Mag ik dan vragen waar deze dame dan wel niet was?' Ik keek naar de grond en zei: 'Sorry professor, ik wou even alleen zijn en toen ben ik naar de uilenvleugel gegaan.' 'Je moet blij zijn dat je in mijn afdeling zit, mevrouw Maarten. Maar anders had je een heel groot probleem gehad.' 'Oke, mevrouw.'
Anderling keerde ons de rug toe en we liepen terug naar het kasteel. Ik wou nog tegen Sneep zeggen dat het aardig was om het voor me op te nemen maar hij begreep het en keurde het af.

Eenmaal op de slaapzaal, was ik moe. Ik had geen zin om er nog over na te denken en ik viel bijna meteen in slaap.

Het is zaterdag, als ik een paar uur later opsta. Ik kijk op mijn horloge op mijn nachtkastje en zie dat het 9:30 is. 'Shit,' roep ik hardop. Ik moet om 10:00 bij Anderling zijn om mijn strafwerk te maken. Er is niemand meer in de slaapzaal, zie ik als ik rondkijk.
Snel hijs ik me in mijn spijkerbroek en een shirtje en ren als het ware naar beneden.
'Hee,' hijg ik tegen de anderen. ' Hoi,' groet Faye me. ' Waar was jij vannacht?'
De anderen vroegen het zich ook af en ik vertelde het verhaal. 'Wat erg!' Zei Sendre.
'Maar sorry, ik moet nu strafwerk maken bij Anderling.'
' Oke, tot straks!.' Oeps, doordat ik het verhaal heb verteld heb ik niks gegeten, denk ik bij mezelf als ik op de binnenplaats loop. Ik klop even later aan bij het lokaal, en kom binnen.
'Goedemorgen, mevrouw Maarten.'
'Hoi, professor.' Ik probeer mezelf maar een beetje te gedragen want zo te zien is Anderling nog chagrijnig van gisteravond. 'Gaat u daar zitten.' En ze wees naar een tafeltje voor haar bureau. 'Je weet waarschijnlijk al waarom je hier bent?' 'Ja mevrouw, omdat ik brutaal was.'
'Ook, maar ik wil het ook even over iets anders hebben.'

Hoofdstuk 7

Wat dan? vroeg ik nieuwsgierig. 'Jij gaat de laatste tijd veel om met professor Sneep, he?' begon Anderling. 'Ja, professor. Hij is aardig tegen mij en weet veel af van mijn moeder.'
'Ja, daar wou ik het even over hebben, dat hij veel weet van jouw moeder. Ik weet niet of je Severus wel moet vertrouwen in de dingen die hij zegt, hij...hij heeft voor Jeweetwel gewerkt.'
'Maar, hij zei zelf dat mijn moeder het duistere teken op haar arm had omdat het van aan ouders moest en hij vond het heel vreemd waarom ze dat deed, waarom zou hij het zelf dan ook doen?' vroeg ik. 'Omdat hij graag mensen erin luist. Professor Perkamentus vertrouwd hem, maar ik heb daar mijn twijfels over. Ik wou eigenlijk vragen of jij kan kijken of hij het duistere teken ook op zijn arm heeft. Als dat zo is zou ik maar niet echt meer met hem omgaan, want dadelijk probeert hij jou ook bij Voldemort aan te sluiten.' Professor Anderling keek mij aan en ik zei: 'Oke, ik zal het uitvinden. Maar op een voorwaarde: Als het niet zo is mag ik nog gewoon met hem omgaan.'
'Eigenwijs, ben jij zeg. Maar oke, dat sta ik dan wel toe ja.' Ik had door dat dit onderwerp klaar was en ik vroeg me af of ik nou nog straf kreeg, daar kreeg ik snel genoeg antwoord op. 'Ga maar, die straf komt wel een andere keer.' En ze glimlachte naar me, dat ze nog nooit gedaan heeft, zeker niet naar mij. De rest van de zaterdag was niet veel boeiends, ik maakte mijn huiswerk alleen omdat ik mijn vriendinnen niet zag. Waar zouden die kunnen zitten? vroeg ik me af. Snel naderde de avond, ik ging naar de grote zaal. Daar waren mijn vriendinnen. 'Hee,' vroeg ik. 'Waar hebben jullie gezeten?' 'We waren huiswerk maken in de bieb,' zei Faye.
'De hele dag?' vroeg ik vol ongeloof. 'Ja, kan toch?' zei Faye toen schouderophalend.
Ik hield maar op met vragen, want ik wist dat het geen zin had. Ik schepte aardappelen en wat varkensvlees op en daarna ging ik naar bed.

Het weekend ging voorbij, ik zou vandaag weer toverdranken hebben, ik maakte de meisjes wakker want het was al half 8. Om 8 uur begonnen de lessen al. 'Lekker geslapen?' Vroeg ik aan Sendre, Lysa, Mergina en Faye. 'Ja hoor,' was hun antwoord. Verder gingen ze er niet op in. Wat zou er toch met ze aan de hand zijn? Vroeger waren we veel closer met elkaar.

Na het eten gingen we weer naar de kerkers, Sneep en de Zwadderaars waren en al. 'Vandaag gaan we het hebben over hoe je de levende dood maakt. Pak allemaal je boeken en ingrediënten en doe zoals er in het boek staat. Degene die hier niet in slaagt krijgt 10 punten aftrek voor zijn of haar afdeling,' zei Sneep in een adem. Zwijgend gingen we aan het werk. Vandaag wilde ik graag te weten komen of Sneep dooddoener is.

Hoofdstuk 8

De bel ging en Sneep ging rond om te kijken of de toverdranken goed gemaakt waren. Natuurlijk stopte hij bij Lubbermans. Ik ken hem niet goed maar ik weet in ieder geval dat hij de slechtste is.
Zucht...tien punten aftrek dus voor Griffoendor. Dat mens gaat nog veel problemen veroorzaken. Bij mij liep Sneep gewoon door en ook bij de rest van de klas was de toverdrank in orde. Iedereen ging de deur uit en naar de volgende les, maar ik bleef staan. 'Meneer, mag ik u wat vragen?' vroeg ik aan Sneep. 'Ja, maar wel snel.' zei Sneep met geen idee waar dit naartoe leidde. 'Ik vroeg me af..ik vroeg me af of u het duistere teken op uw arm heeft.' 'Wat!..euh..ik bedoel, waarom vraag je dat?' Sneep herstelde zich maar ik zag aan hem dat het goed mis was. 'Gewoon,' zei ik en hield mijn schouders op. 'Ja..' zuchtte hij. 'Maar ik ben nu weer goed!' 'Severus Sneep. Ik had dit niet van jou verwacht,' zei ik boos en streng. 'Waarom in hemelsnaam, je zit allemaal dingen te zeggen over mijn moeder hoewel je zelf ook gewoon bij Voldemort zit.' 'Nee Angelique, het zit anders. Ik werd eerst ook door mijn vader en moeder gedwongen, maar ik wou niet. Toen hebben ze me gemarteld totdat ik het wel deed.' Sneep keek me aan. 'Hoe weet ik zeker dat u nu niet meer voor Voldemort werkt?' vroeg ik. 'Dat weet je niet,' zei Sneep. 'Maar ik hoop dat je weet dat ik te vertrouwen ben.' 'Als mijn vader en moeder mij dwongen om bij Voldemort te gaan zou ik liever sterven,' zei ik moedig. 'Geloof me,' zei Sneep. 'Als het eenmaal zo is, dan denk je dat niet.'
'Meneer, waardoor is mijn moeder eigenlijk gestorven? Mijn vader zie ik nooit meer en mijn oma heeft het me nooit verteld omdat ze dacht dat ik daar te klein voor was.' 'Ze is vermoord door Voldemort, omdat zij een opdracht voor Voldemort niet vervulde.' zei Sneep. 'Wat was de opdracht?' vroeg ik zacht. 'Om mij te vermoorden.' 'Nee! Waarom?' vroeg ik overstuur. 'Omdat Voldemort me doorhad dat ik niet meer voor hem werkte,' zei Sneep schuldig. 'Het is mijn schuld dat ze dood is.' 'Nee, dat is niet waar,' zei ik. 'U hebt het juiste gedaan, en zij ook.'
Plotseling herinnerde ik me dat ik naar mijn volgende les moest en dat ik al veel te laat was. 'Professor Sneep?' vroeg ik. 'Kunt u voor mij een briefje schrijven dat ik te laat ben voor de volgende les?' 'Goed,' zei hij en pakte een stukje perkament en een ganzenveer. 'Wat moet ik schrijven?' 'Zeg maar dat ik brutaal was en dat u me strafwerk meegaf of zo,' zei ik schouderophalend. 'Dat gelooft professor Banning vast wel.' Hij gaf me het briefje en keek me na toen ik de klas uitliep.

Hoofdstuk 9

Iedereen was al een spreuk aan het beoefenen toen ik het bezweringen lokaal inliep. Banning keek me verbaasd aan en ik liep naar hem toe. 'Dit moest ik van professor Sneep geven,' zei ik, en gaf hem het stukje perkament. 'Ga maar gauw zitten en oefen de spreuk incendio op het spinnenweb in de hoek,' piepte hij. Ik keek even waar Faye was en ik glimlachte naar haar, ze lachte niet terug. Ik pakte een spinnenweb ver van haar af en oefende de spreuk. 'Incendio!,' riep ik. Het spinnenweb vloog in brand. Professor Banning zag het en klapte voor mij. 'Tien punten voor Griffoendor,' piepte hij. Hij piept altijd, hij is super klein.
Toen de les afgelopen was liep ik naar buiten maar bedacht me dat ik beter even op mijn vriendinnen kon wachten. Daar kwamen ze al aan. 'Wat is er toch met jullie?' vroeg ik, toen ze me weer staal negeerden. 'Oh, niks. We hoeven jou niet meer,' zei Mergina bot. 'Wat?! Waarom niet?' vroeg ik boos. 'Jij liegt tegen ons,' zei Faye uitdagend. 'Helemaal niet! Hoe komen jullie erbij?' Ze liepen door en zeiden niks meer.
Ik liep in m'n eentje de grote zaal binnen en ging ergens zitten. Ik pakte snel wat te eten en liep de grote zaal weer uit, op weg naar de leerlingenkamer. Ik had een goed plan om onze slaapzaal te onderzoeken, op de plekken van Lysa, Sendre, Mergina en Faye. Plotseling liep ik Anderling tegen het lijf. 'Aha, ik wilde net jou zoeken in de grote zaal. Ben je erachter of Sneep het duistere teken op zijn arm heeft?' Wat moest ik nou zeggen, ze verbiedt me zeker met hem om te gaan als ik haar vertel dat hij het wel heeft. 'Nee,' zei ik. Ik wilde doorlopen maar Anderling hield me tegen. 'Als ik erachter kom dat hij het duistere teken wel degelijk op zijn arm heeft, zit jij diep in de nesten. Heel diep.' Toen liep ze door. Wat moet ik nou doen? Maar ik besloot eerst op zoek te gaan naar aanwijzingen waarom mijn vriendinnen zo stom doen.
Ik liep de slaapzaal in en keek als eerste in de koffer van Faye. Ik zag kleren, ganzenveren en boeken. Maar toen viel mijn oog op haar dagboek, die met een slootje van zat. 'Alohomora,' zei ik. 'Klik.' het slootje ging open. Ik bladerde naar de bladzijde van begin deze week en zag iets staan, iets verschrikkelijks.

Hoofdstuk 10

Ik zag het staan, voor mijn neus. In het handschrift van mijn beste vriendin Faye. Er stond: 'Lief dagboek, ik weet het nu helemaal zeker. Angelique is een dooddoener, het is allemaal gelogen wat ze heeft gezegd over haar moeder. Het komt mede door Sneep, ze weet gewoon dat hij een dooddoener is maar zegt het niet tegen ons. Ik ben het zat met haar, ik wil haar weg van school en haar nooit meer zien. Vuile dooddoener dat ze is, en dan tegen ons zeggen dat Sneep goed is. Ik moet het tegen Anderling zeggen, die vertrouwde haar ook al niet. IK HAAT HAAR!' Veel tijd om na te denken had ik niet. Ik hoorde iemand de trap opkomen. Snel deed ik het dagboek weer in haar tas, niet op slot want die tijd had ik niet. Snel ging ik op bed liggen en pakte een boek en deed alsof ik lees. Het was Faye die naar boven was gekomen. 'Hoi!,' groette ik. Ze zei niks terug en ik begon te praten: 'Wat is dit toch allemaal! Dat gezeik over dat ik dooddoener ben, hou er gewoon mee op!' 'Jij hebt mijn dagboek gelezen,' zei Faye boos. 'Stomme dief!'
'Dat ben ik niet!' gilde ik. 'Dat jij zo iemand was, had ik echt nooit gedacht! Je weet best dat Voldemort mijn moeder heeft vermoord en dat ik nooit over zou stappen naar Voldemort.' Toen ik dat zei leek het echt helemaal niet logisch wat Faye bedoelde. Ik zag Faye kalmeren en ze zei met een pieperige toon: 'Jou moeder is niet dood.' 'Wat?!' vroeg ik bozer dan bedoeld. 'Ik heb het in de bieb opgezocht en ik kwam het ergens tegen.' vervolgde ze haar verhaal. 'Maar, maar..dat kan niet..,' zei ik. 'Toch wel, er stond dat Voldemort al jaren iemand vasthield in zijn domein en dat diegene elke dag werd gemarteld door Voldemort totdat professor Sneep naar hem toekomt.' 'Dit meen je niet!' zei ik zacht. 'Mijn moeder leeft, maar in het domein van Voldemort. Hoe weet ik zeker dat je de waarheid spreekt?' 'Dat weet je niet, maar ik ben nog altijd je beste vriendin en ik vertel je vanaf nu alles. Afgesproken?' zei Faye met een schuldig gevoel in haar stem. Ik zuchtte en vergaf het haar. 'Maar een ding moet je me echt beloven,' zei ik plechtig. 'Je wantrouwt Sneep niet, totdat ik zeker weet dat hij hier niks vanaf weet en dat hij me wil helpen.' Faye twijfelde even maar stemde toen toe. 'Ik beloof het.' We gaven elkaar een knuffel en liepen toen gezamenlijk de trap af naar de leerlingenkamer.

Hoofdstuk 11

Wordt vervolgd...